De douanewaarde is de waarde die als grondslag dient voor de berekening van invoerrechten. Meestal is dit de transactiewaarde: de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor de goederen.
Grondslag voor berekening van ad-valorem invoerrechten, vastgelegd in artikel 70 DWU
Primaire methode: transactiewaarde (werkelijk betaalde of te betalen prijs)
Bijtellingen: vervoer tot EU-grens, verzekering, royalties, assists, verpakking
Vijf alternatieve methoden als de transactiewaarde niet beschikbaar is
Douane kan controle instellen bij twijfel over opgegeven waarde
De douanewaarde is de monetaire waarde die wordt toegekend aan ingevoerde goederen als grondslag voor de berekening van ad-valorem invoerrechten. De primaire methode voor het vaststellen van de douanewaarde is de transactiewaarde: de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor de goederen bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie. Deze methode is vastgelegd in artikel 70 van het Douanewetboek van de Unie en wordt toegepast in het overgrote deel van de invoertransacties.
Bij de transactiewaarde moeten bepaalde kosten worden bijgeteld (artikel 71 DWU): commissies en courtage van de koper, kosten van verpakkingsmateriaal en -arbeid, de waarde van door de koper geleverde goederen en diensten (assists), royalties en licentierechten gerelateerd aan de goederen, en vervoers- en verzekeringskosten tot de plaats van binnenkomst in de EU (CIF-conditie). Kosten na invoer, zoals binnenlands vervoer en installatiekosten, mogen worden afgetrokken mits afzonderlijk vermeld op de factuur.
Wanneer de transactiewaarde niet kan worden vastgesteld (bijvoorbeeld bij gratis leveringen, interne overboekingen of verdachte prijzen), biedt het DWU vijf alternatieve waarderingsmethoden in volgorde van toepassing: transactiewaarde van identieke goederen, transactiewaarde van soortgelijke goederen, de deductieve methode (aftrek van binnenlandse kosten van de verkoopprijs), de berekende methode (opbouw van productiekosten), en als laatste redmiddel de redelijke middelen-methode. De Douane kan bij twijfel een controle instellen op de opgegeven douanewaarde.
Een importeur koopt industriele machines FOB Shanghai voor USD 200.000. De zeevracht naar Rotterdam kost USD 8.000 en de verzekering USD 1.200. De douanewaarde op CIF-basis is USD 209.200, omgerekend in euro tegen de wisselkoers van de Douane (gepubliceerd op de voorlaatste woensdag van de maand). Over deze eurowaarde worden de invoerrechten berekend. De importeur betaalt daarnaast USD 15.000 per jaar aan royalties aan de fabrikant voor het gebruik van gepatenteerde technologie. Deze royalties moeten ook bij de douanewaarde worden opgeteld, waardoor de totale grondslag voor de rechten hoger uitvalt.
Vervoers- en verzekeringskosten tot de EU-grens, commissies van de koper, royalties en licentierechten, de waarde van door de koper geleverde materialen (assists), en kosten van verpakking. Binnenlandse kosten na invoer mogen worden afgetrokken indien apart vermeld.
De Douane publiceert maandelijks wisselkoersen die worden vastgesteld op de voorlaatste woensdag van de voorgaande maand. Deze koersen gelden voor de gehele kalendermaand en worden gebruikt om niet-eurowaarden om te rekenen naar euro voor de douanewaardebepaling.
De Douane kan aanvullende informatie opvragen, zoals koopovereenkomsten, bankafschriften of productiekostprijsberekeningen. Als de transactiewaarde niet aannemelijk is, kan de Douane de waarde vaststellen via een van de vijf alternatieve waarderingsmethoden.
Ontdek meer over gerelateerde douanetermen
CustomsLens automatiseert uw douaneprocessen met AI. Van documentherkenning tot aangifte, wij maken het eenvoudig.